Van de donder naar de hel

Ik ontwaak
‘t Is heel vroeg in de morgen
de dageraad is daar, ‘t schemert nipt
De zon kietelt nét boven de horizon
Ik drink m’n koffie en rook een peuk
Tja, toen was de dag nog leuk

Een werkdag is al snel achter de kiezen
Dus ik pak mijn biezen, en vertrek
Terug naar huis, naar m’n thuis
naar liefde en geluk,
naar warmte en genegenheid,
na een dag vol noeste arbeid

Ik stap naar buiten en begin de reis
De zon is weg, ik zie haar nergens
Het is ineens donker, guur en koud,
en in de verte zie ik het felle licht,
van een plotse bliksemschicht

De wolken scheuren en de regen breekt los
‘t Gedonder dondert hard en fel
en dan gaat het al heel snel
als donderslag bij heldere hemel,
van de regen in de drup,
en van de donder naar de hel

Donder en hel

 

 

 

 

 

 

Wat vond je van dit gedicht?

Een leugentje om bestwil

Een leugentje om bestwilJe vraagt me wie ik ben,
waar je bent,
hoe je daar weer wegkomt,
en wanneer je weer naar huis kan.

Ik zeg je dat ik je dochter ben,
dat je thuis bent
en nergens meer naartoe hoeft.
Dus blijf, blijf alsjeblieft.

Je noemt me bij mijn naam,
je reageert als ik je ‘Pap’ noem.
Muziek klinkt uit de radio, je luistert,
je neuriet en tikt je vinger op je been.

Eén Harry Belafonte verder vraag je me
wie ik ben, waar je bent,
hoe je daar weer wegkomt
en wanneer je weer naar huis kan.

Ik zeg je dat ik je dochter ben,
dat je thuis bent
en echt nergens meer naartoe hoeft.
Ik zie de verwarring in je ogen.
Angst en verdriet.

Ik slik een keer en schraap m’n keel.
Straks, Pap. Straks gaan we weer naar huis…

Wat vond je van dit gedicht?

Vallen, opstaan en weer doorgaan

Vallen, opstaan en weer doorgaanHuilend stap ik met beide voeten naast het bed
Snikkend ga ik naar beneden waar ik koffie heb gezet
Kijkend in de spiegel bedenk ik
Bestaan er ook strijkijzers voor je gezicht?
En stokjes voor in je ogen?
Want deze vallen alsmaar dicht

Ik douche mezelf en kleed me aan
Nog even en dan is het tijd van huis te gaan
Ik heb geen zin
Ik kan niet meer
Zo voelt het elke ochtend
Toch doe ik het steeds weer
Ik grijp mijzelf bij die spreekwoordelijke ballen
want wie op wil staan moet eerst vallen

© De Dichteres

 

 

Wat vond je van dit gedicht?