Van de donder naar de hel

Ik ontwaak
‘t Is heel vroeg in de morgen
de dageraad is daar, ‘t schemert nipt
De zon kietelt nét boven de horizon
Ik drink m’n koffie en rook een peuk
Tja, toen was de dag nog leuk

Een werkdag is al snel achter de kiezen
Dus ik pak mijn biezen, en vertrek
Terug naar huis, naar m’n thuis
naar liefde en geluk,
naar warmte en genegenheid,
na een dag vol noeste arbeid

Ik stap naar buiten en begin de reis
De zon is weg, ik zie haar nergens
Het is ineens donker, guur en koud,
en in de verte zie ik het felle licht,
van een plotse bliksemschicht

De wolken scheuren en de regen breekt los
‘t Gedonder dondert hard en fel
en dan gaat het al heel snel
als donderslag bij heldere hemel,
van de regen in de drup,
en van de donder naar de hel

Donder en hel

 

 

 

 

 

 

Wat vond je van dit gedicht?

Strijd

StrijdDe glimlach die zij laat zien is prachtig
en mooier dan ooit tevoren
De glundering straalt vanachter haar masker

Verscholen en verborgen maar intens gelukkig
De bikkelharde buitenkant is enkel schone schijn
die zij je laat zien

In tweestrijd met haar eigen ik
Haar stralende binnenkant en haar kille gestalte
Doch met haar verwarmde hart deelt zij haar liefde
vanachter dubbelwandig glas

 

 

 

Wat vond je van dit gedicht?

Haar laatste reis

Haar laatste reisHaar paniek was te lezen
Te zien in haar ogen
Waar moest ze heen?
Wanneer zal ze gaan?
Tot de helderheid haar plots verscheen

Haar blik werd kalm en rustig
Ze vond haar verloren weg
Geheel op eigen krachten
Nu zij weet waar ze gaan zal
Zal ze niet langer meer wachten

Van blind zonder geleiding
Naar ziende met een doel
Niemand die haar nog tegenhoudt
Ze heeft haar plek gevonden
Alleen en stervenskoud

 

 

 

 

Wat vond je van dit gedicht?

Een leugentje om bestwil

Een leugentje om bestwilJe vraagt me wie ik ben,
waar je bent,
hoe je daar weer wegkomt,
en wanneer je weer naar huis kan.

Ik zeg je dat ik je dochter ben,
dat je thuis bent
en nergens meer naartoe hoeft.
Dus blijf, blijf alsjeblieft.

Je noemt me bij mijn naam,
je reageert als ik je ‘Pap’ noem.
Muziek klinkt uit de radio, je luistert,
je neuriet en tikt je vinger op je been.

Eén Harry Belafonte verder vraag je me
wie ik ben, waar je bent,
hoe je daar weer wegkomt
en wanneer je weer naar huis kan.

Ik zeg je dat ik je dochter ben,
dat je thuis bent
en echt nergens meer naartoe hoeft.
Ik zie de verwarring in je ogen.
Angst en verdriet.

Ik slik een keer en schraap m’n keel.
Straks, Pap. Straks gaan we weer naar huis…

Wat vond je van dit gedicht?

Inspiratieloos

Inspiratieloos

Met je pen op het papier gedrukt
staar je met een dromerige blik naar buiten
je kijkt, maar ziet niets
niets

Niets wat op papier verschijnt
geen gedachtenschim lijkt zich te laten vangen
niet in je hoofd noch op papier
nergens

Flarden bedenksels vliegen je om de oren
ze fluisteren allerlei woorden
maar je kunt ze niet horen
te zacht

Je pen dwaalt over het vel papier
het enige wat verschijnt is vlekken inkt
geen woorden noch zinnen
blanco

Wat vond je van dit gedicht?

Beter iets dan niets

Beter iets dan nietsHet oh zo grote Universum
maakt jou, als mens, kleiner dan het kleinste stipje
minimaler dan het minimum
en minder dan het minste

Zoveel ruimte en zoveel vrijheid
toch voel jij je nog zo klein
alsof je verdwenen bent in het niets
en onvindbaar in het donker

Het heelal reikt verder dan je denken kunt
oneindig is er niets bij
Een piepklein stipje van een punt
een heel klein vleugje wat, ben jij

Eén van de velen, miljoenen, miljarden
Eén van oneindig, triljoenen, triljarden
Eén van dat alles, dat is bijna niets
Je bent een beetje, en dat is toch iets

Wat vond je van dit gedicht?

Moegestreden

Dansend vol energie
zwevend op een roze wolk
hoog in de lucht
maar steeds een beetje lager

De wolk verregend
verliest langzaamaan zijn kleur
van helder diep mooi roze
naar donkergrijs
en steeds een beetje lagerMoegestreden

Als de wolk waarop je danste
te klein wordt om op te blijven dansen
zul je eraf moeten stappen
zonder te vallen

Gelukkig zijn daar je handen
die je val zullen breken
de grootste klap vangen ze voor je op
toch blijf je liggen op de grond
afgepeigerd, uitgeput en af
je gedachten dansen vrolijk verder 
maar je lijf is afgemat, doodop en murw
moegestreden en kapot

© De Dichteres

Wat vond je van dit gedicht?

In de knoop

‘t Brein ligt overhoop
Het is ‘n complete wirwar aan hersenen,
waar geen enkel touw aan vast te knopen is
Echt, volledig in de war

Wel willen kunnen, maar niet kunnen
Wel kunnen willen, maar niet willen
Wel willen kunnen, maar tóch niet willen
Wel kunnen willen, maar tóch niet kunnen

Ooit was één en één gewoon twee
Nu lijkt drie al in de buurt te komen,
maar vraag me niet waarom

Logica is gewoon totaal niet logisch meer 
en vanzelfsprekendheid is onsamenhangend gelul
Alles klopt werkelijk van geen kanten meer
En echt, ‘t lijkt soms allemaal alleen maar flauwekul

Zal de kluwen wol dat op het leven lijkt te lijken
zich ooit nog ontwarren tot een rechte rode draad,
waardoor je je kunt laten leiden
als een soort gids des levens, zeg maar,
maar dan anders

En je langzaam maar zeker weer weet
waar je strakjes heengaat?

In de knoopEen enorme chaos in de bovenkamer 
en oorlog op je pad
Waar de schietgebedjes verboden zijn
en je overgeleverd bent aan de strijd
Waar het kwaad al is geschied
en het leed al is geleden

Eerlijk? Als je het mij vraagt…
Ik weet niet of ‘t ooit wat wordt,
want dat kopworstelen is niet echt mijn sport

 

© De dichteres

Wat vond je van dit gedicht?

Diep donkerzwart met een grauw randje

Diep donkerzwart met een grauw randjeDiepe donkere gedachten
donkerder dan de donkerste nachten
donkerder dan diep donkerzwart
een kleur die het noodlot tart

Het donker wordt nog meer verduisterd
terwijl je aan ‘t pikkedonker zit gekluisterd
zelfs licht is amper te verdragen
je voelt je verloren, ontdaan en verslagen

Elk lichtpuntje dat je krijgt aangereikt
dat kortstondig weer vertrouwd lijkt
is binnen enkele tellen weer gesmoord
en jij voelt je letterlijk vermoord

Het donkere duister maakt je kapot
Je gunt jezelf geen enkel genot
Terwijl je zoveel goeds verdient
krijg je het tegengestelde toegediend

Grijp dat lichtje met twee handen
blaas het niet uit maar laat het branden
Geniet van dat kleine beetje helderheid
voordat je volledig verzinkt in eenzaamheid

Wat vond je van dit gedicht?

Als je haar maar goed zit

als je haar maar goed zitDe kam door je natte gewassen haren
gladjes van je kruin tot aan je punten
Een scheiding in het midden en je pony
recht naar voren
tot ver over je ogen gekamd

De warme wind van de föhn
blaast je natte steile haar in de krul
de natte slierten langs je smalle gezicht
veranderen in glanzende spiralen
Je pony verandert in een sierlijke lok
tot net boven je wenkbrauw

Tijd om te gaan
Je stift je lippen met een glosje
En een blosje op de wangen
Keurend kijk je in de spiegel
en je vingers duwen zachtjes
volume in het haar

Nog één keer kijk je om en zwaai je met je hoofd
Je haren dansen zijwaarts langs je gezicht
Je knipoogt, pakt je tas en gaat de deur uit
Nietsvermoedend loop je
in je pyjamabroek
naar buiten
Maar hey… als je haar maar goed zit!

Wat vond je van dit gedicht?