Van de donder naar de hel

Ik ontwaak
‘t Is heel vroeg in de morgen
de dageraad is daar, ‘t schemert nipt
De zon kietelt nét boven de horizon
Ik drink m’n koffie en rook een peuk
Tja, toen was de dag nog leuk

Een werkdag is al snel achter de kiezen
Dus ik pak mijn biezen, en vertrek
Terug naar huis, naar m’n thuis
naar liefde en geluk,
naar warmte en genegenheid,
na een dag vol noeste arbeid

Ik stap naar buiten en begin de reis
De zon is weg, ik zie haar nergens
Het is ineens donker, guur en koud,
en in de verte zie ik het felle licht,
van een plotse bliksemschicht

De wolken scheuren en de regen breekt los
‘t Gedonder dondert hard en fel
en dan gaat het al heel snel
als donderslag bij heldere hemel,
van de regen in de drup,
en van de donder naar de hel

Donder en hel

 

 

 

 

 

 

Wat vond je van dit gedicht?